zondag 27 december 2015

reactie Huis van Hilde

Mijn verhaal over Hilde, zie bericht juli 2015, naar de plaats gestuurd waar het hoort: in het huis van Hilde, Castricum. Gelukkig dat het huis deze eigen invulling van de geschiedenis kan waarderen en een plaats heeft gegeven, getuige het antwoord van vandaag:


Geachte heer Van Berkel, Beste Sjoerd,
Wat een leuke verrassing om uw verhaal te ontvangen!
Wij waarderen het zeer dat u uw fantasie de vrije loop heeft laten gaan en een mooi verhaal (en bijpassende tekeningen) hebt gemaakt.
We leggen uw verhaal op onze vrijwilligers(lees)tafel, uiteraard met naamsvermelding.
Nogmaals hartelijk bedankt en hopelijk nogmaals tot ziens in Huis van Hilde.


Met vriendelijke groet,
O.K, medewerker Huis van Hilde Castricum

woensdag 2 december 2015

Vanavond zeven uur



Papa, komt mama kusje geven?
Nee, Thijs, mama is in het ziekenhuis bij de zieke mensjes.
Hij begint te snikken.
Maar ze komt vanavond als ze thuiskomt bij je kijken.
Maar ik wil nu een kusje! Waar is mama?
Hij begint harder te snikken.
(Ik zoek naar iets om de pijn te verlichten, een foto.. dat is misschien een idee… ik pak de foto van Anja en mij op Elba.. misschien helpt het..)
Kijk Thijs, een foto van mama, geef daar maar een kusje op.
Hij kust de foto.
Zal ik hem naast je bedje leggen, ik haal hem wel even uit het glas, hier… (ik leg de foto naast zijn knuffels).
Komt mama vanavond?
Ja, mama komt vanavond als ze klaar is bij de zieke mensjes.
(We lezen Jip en Janneke)
Deur niet dicht papa en lichtje aan.
(Zijn tranen zijn verdwenen, de foto ligt naast Woezel ik sluit de deur en hij slaapt binnen 5 minuten)  

En eerlijk gezegd: ik mis haar ook hoor, Thijs. Als ze thuiskomt maken we het gezellig, en zingen we bij je schoen zo hard dat alle Sints en Pieten het aan de andere kant van het land horen.

dinsdag 1 december 2015

Rijbewijs verlengen

Rijbewijs verlengen


Het woei of het waaide. Ok, het woei hard. Ik ging mijn rijbewijs verlengen. Het is 10 jaar geleden dat ik  na een zware strijd toch nog bij de 4e poging  slaagde. De docent kreeg bij het horen van het ‘gefeliciteerd’ grote ogen. Ik ging op de fiets mijn rijbewijs verlengen. Fietsen tegen de wind. Wat is heerlijker dan tegen een storm intrappen?  Met een bezwete rug kom ik aan bij het veels te grote stadskantoor. Bij de ingang naar de wanstaltig overdreven lange  roltrap  staat een bord: geen toegang. Ik zoek een ander eingang. Daar gaat een poort open. Iemand stapt binnen. Ik stap ook binnen. Ik ga een trap op en nog een trap op als een ridder die de vijand zoekt in een toren van een kasteel.  Alle deuren zijn op slot. Misschien een geheime deur?  Terug naar beneden. Ik zie vooral lege gangen, werken hier ambtenaren? Er zijn forse bezuinigingen geweest, dus misschien zijn ze er niet meer. Wordt alles door de computer gedaan. Ik kom terug bij de poort. Dicht. Ik zit gevangen in de gemeenteburcht. Ik zwaai naar een bouwvakker buiten. Hij rookt rustig door. Plotseling valt het kwartje in zijn brein. Hij drukt op een knop. Ik sta weer buten. Nu pas zie ik de pijl naar de juiste ingang. Daarachter is een kleine ruimte met een beveiliger en een dame achter een balie. Het is er overvol. Mensen uit den vreemde vullen de weinige vierkante meters omdat ze met z’n allen gezellig documenten gaan opvragen. Voor me staat een Nederlandse man te mopperen over een bekeuring. De beveiliger zegt dat ik een bonnetje moet vragen aan de baliemevrouw. Terug naar het communisme. De automaat is in de ban gedaan en daarvoor hebben we nu een lieve dame die het bonnetje overhandigt. De code op het bonnetje is duister, je kunt daar echt niet uit afleiden wanneer je aan de beurt bent. Ik neem plaats naast een man met een jongetje en plotseling valt me iets in: ik ben de pasfoto’s vergeten! Ik neem mijn portemonnee en zoek daarin of ik nog aanwezig ben. Wel zijn er foto’s van mijn kleine man en eentje van mijn liefste, lang geleden genomen vlak na een nachtdienst.  De pasfoto’s vergeten... en ze lagen naast de ID- kaart. Hoe dom, ik zucht diep en loop terug naar de aardige mevrouw. Ik zeg dat ze de afspraak kan cancelen. Ik sta weer buiten. Met de gemeente moet je geduld hebben, maar soms ook vooral met jezelf.     



zondag 22 november 2015

Het enige wat de vis hoeft te doen, is zich verliezen in het water

Onlangs (2014) verscheen de debuutroman van Niña Weijers: de Consequenties. Hierin wordt het leven van de kunstenares Minnie Panis beschreven, in verschillende fases. Het boek bevat een fascinerende gelaagdheid, waarin wordt geput uit de Tao, en uit het conceptualisme. Boeiend is het feit dat we moeilijk een vinger kunnen leggen op de motieven van de auteur, van de verteller en van het personage. Wie zijn zij en wat willen zij ons vertellen? Het blijft omgeven met een mysterieuze waas. Op zoek naar de antwoorden stuit ik op nog  veel meer vragen en het lijkt dan ook of het gezegde: ‘het enige wat de vis hoeft te doen, is zich verliezen in het water’ in deze context zou kunnen betekenen: jij bent de vis en waarom zou je al die vragen stellen over het water, de bodem en de algen? Meer vragen leiden tot meer vragen, zei Popper, de Duitse wetenschapsfilosoof, al in zijn werk: De groei van kennis (1963).          




Niña Weijers heeft een zeer intrigerend boek geschreven dat eindigt in de provincie Sinkiang in China. Toevallig is dat niet. Het verhaal put voortdurend uit de Chinese filosofie, de Tao. De wereld is oneindig en je kunt erin verdwijnen. De hoofdpersoon Minnie, een kunstenares, staat op het punt de westerse wereld te verlaten, haar roem en haar geschiedenis achter te laten. Minnie’s concept van het leven vinden we terug in de Taoïstische wijsheid: het enige wat de vis hoeft te doen, is zich verliezen in het water. Een visie die met zich meebrengt dat leven op een natuurlijke manier kunst voortbrengt. Leven en kunst zijn onafscheidelijk en zo kan het leven van de kunstenaar op zich al een kunstwerk zijn. We lezen bijvoorbeeld dat Minnie zich stiekem laat fotograferen. Minnie ontleent haar inspiratie onder andere aan Abramovic, een performance kunstenares die zich laat kwellen omdat ze gefascineerd is door pijn. Dat fysieke aspect is een sterke rode draad in de Consequenties. Maar Weijers besteedt ook ruime aandacht aan Bas Jan Ader. In een ander lettertype wordt het leven van Bas Jan beschreven en het lijkt me dat dit ook de oorspronkelijke inspiratiebron voor de schrijfster was. In haar column in de Groene Amsterdammer van 10 september 2015  schrijft ze dat Bas Jan Ader haar niet loslaat. Hij is haar held. Hij maakte gevaarlijke kunst. ‘Dat is wat kunst nu eenmaal vereist, wil ze althans meer zijn dan decoratie aan de wanden van villa’s die anders zouden verzuipen in hun eigen omvang. ‘ (de Consequenties p, 158)   Die Bas Jan dus en Ger van Elk. Toevallig of niet, maar ze verschenen weer in de kranten, omdat er een tentoonstelling over hun werk werd ingericht in Galerie Grimm in de Frans Halsstraat in Amsterdam. Ik toog daarheen, voor verdieping en begrip van de conceptuele kunst.

Expositie in Galerie Grimm

Ik moest een keer aanbellen toen ik binnen mocht in galerie Grimm, die tijdelijk het karakter had van een museum. Het was een witte, lage ruimte, met verspreid langs de muren de foto’s, films en beelden van de gestorven vrienden. Bij het kijken ervaar je een aangename vrijheid en avontuur. De vrijheid om je eigen gedachten over iets  te hebben, maar ook een vrijheid om volledig op te gaan in de natuur, om je nergens door af te laten leiden. De gevoelens die je ervaart zijn jouw eigen emoties, nergens spelen de kunstenaars op jouw gevoel, of het moet zijn dat je in de lach schiet vanwege die rookworst, of omdat Bas Jan in de gracht rijdt met zijn fiets. Uitzondering op mijn gedachte is de groot geschreven tekst op de muur: ‘please don’t leave me’ . En hoe beoordelen we de film waarin Bas Jan aan het huilen is? Is dat echt? In het Parool (17 september 2015) beoordeelt de journalist, Kees Keijer, de expositie als ‘serieuze kunst met een vleugje slapstick.’ Je weet niet of je moet lachen of moet huilen.  Het stuk van Keijer gaat verder niet in op conceptualisme, maar over ditjes en datjes, de vrouw van Bas Jan, Mary Sue Andersen, die zijn films terug wil hebben.  Derhalve  niet een  stuk waardoor we verheldering krijgen over Bas Jan, Minnie uit het boek en de schrijfster Weijers. Om terug te komen op de conceptualisten Bas Jan Ader en Ger van Elk: twee vrienden en tegelijk Sjors en Sjimmie in de kunstwereld van de vroege jaren zeventig. Ze zoeken vrijheid om overal kunst in te zien, hun kunst in het leven te plaatsen. Ze vallen direct op. Bas Jan laat zich filmen tijdens een val van een dak en noemt dat kunst. De schoonheid van de valbeweging. Daar zit iets in. Ik heb het filmpje - het is erg kort- ook al vele malen gezien en het blijft adembenemend. We zien hem zitten op een stoel, op het dak. Hij valt, hij rolt, zijn schoen vliegt door de lucht, hij strekt zich nog uit om zich aan de dakgoot vast te houden. Het is knettergek. Zeker als je bedenkt dat zijn vrouw dit heeft gefilmd. Maar is het ook kunst? Want kunst was toch altijd een beeld scheppen van de werkelijkheid of je eigen brandende gevoelens vormgeven. Maar dat is dit niet. En dan Ger van Elk. Zocht het meer in de humor. Hij laat zich fotograferen met een rookworst op zijn schouder. Kunst?





De consequenties

Mijn zoektocht naar de antwoorden brachten me verwarring en een  verlangen naar meer te weten, te herkennen . In de tram terug zag ik de mensen op straat, het regende. Ze droegen paraplu’s, maar ze leken niet te willen verdwijnen. Integendeel: ze droegen kleding met schreeuwende kleuren en tatoeages om hun bestaan te rechtvaardigen. Niemand wil zomaar oplossen in het niets, tenzij je kunstenaar bent kennelijk en op zoek gaat naar de consequenties van je gedrag. Als je van het dak springt val je je een buil en als je op het ijs gaat staan zak je er door.

Een zijspoor

Ik probeerde me te realiseren waarom ik me bezig houd met dergelijke vragen, een zijspoor in mijn onderzoek. Waarom lees ik eigenlijk nog altijd en kies ik voor dergelijke thematisch moeilijke werken? Al spittend in mijn omvangrijke boekenkast kwam ik een deeltje tegen van Dik Trom, het allereerste boek dat ik me kan herinneren. Ik koester daar warme gevoelens voor. Mijn vader gaf het me – misschien omdat hij hetzelfde ervoer- en las me eruit voor. Samen lachten we om de duivelse streken van het dikke mannetje. Het is bij nader lezen een eenvoudig geschreven werk, recht uit het hart en je hoort de vriendelijke doch strenge stem van een hoofdonderwijzer uit een klein dorp. Zo zijn in mijn geheugen de liefdevolle gevoelens voor het lezen en de kunst gevormd en zo ben ik uiteindelijk terechtgekomen bij Mulisch en bij Weijers, maar is dat wat ik wil lezen? Of wil ik stiekem terug naar de evasorische rodewangentijd van vroeger? Ik heb de consequenties toch ook verslonden, maar met toch meer afstand dan toen. Een intellectuele distantie, ergens wel jammer.
Het boek past eveneens in de gedachtewereld van Aiden Chambers, de Engelse leesfilosoof die stelde dat een werk in de eerste plaats aan het denken moet zetten en daarna de fantasie moet prikkelen. Maar wat nu als de vragen die je hebt niet beantwoord kunnen worden. Ook tijdens de presentatie die ik gaf over de Consequenties, braken de studenten hun hoofd over de vele mogelijkheden tot interpretaties. Zoveel onbegrip zou ook kunnen leiden tot frustraties en tot afwijzing van een werk. Dat kan een consequentie zijn van op een mystieke manier willen schrijven.
  
De auteur

Ik weet uit ervaring dat het kan helpen om wat meer over de auteur te weten, maar dat helpt in dit geval maar heel beperkt. Zij is nog erg jong en is te zien op diverse video’s op het internet. Maar daarin hoor ik haar niet diep ingaan op de motieven van de tekst of de personages. Haar mogelijke leermeesters Mulisch en Zwagerman hadden daar aanzienlijk minder moeite mee. De columns die ze schrijft in de Groene Amsterdammer zijn intelligente, puntige beschouwingen over  de kunst en het leven. Maar niet over de consequenties. Ze wil haar lezers niet beïnvloeden, die hun eigen avontuur laten beleven, hun eigen dingen laten ontdekken, zoals een goede schoolmeester speelt met de ontdekkingsreis van zijn eigen leerlingen.
Vergelijk eens met Bas Jan: van hem zijn ook geen teksten over zijn gedachtes overgeleverd. Behalve dan dat: ‘please don’t leave me.’

 Uiteindelijk  

Verdwijnen en gezien worden, daar gaat het boek over. Minnie verdwijnt drie keer, Bas Jan verdwijnt. Verdwijnen als kunstvorm. De schoonheid van het zomaar oplossen in het niets. Het zit in heel veel kunst, in heel veel literatuur. Bijvoorbeeld in het einde van M. M. Schoenmakers’ roman: de wolkenridder, waarin de zwerver Gerlof Verdegaal mogelijk wordt vermoord, of verdwijnt.
En is er misschien een koppeling met religieuze ervaringen? Is dat de bron van het verdwijnmotief in de kunst? De Christus die uit het graf verdween terwijl ereen steen voor lag. Die daarna opstijgt en dan nog een keer verschijnt aan een stel ongelovigen.

Misschien eens luisteren naar wat Zwagerman zegt over de Consequenties in het VPRO radioprogramma Nooit meer slapen. Hieronder plaats ik de link naar dat programma:



Zwagerman beschouwt de scène met Abramovic als een sleutelscène, maar hij onthult niet waarom. Hij wil de luisteraar prikkelen het te gaan lezen. Alle reden voor mij om het bezoek van de hoofdpersoon Minnie Panis aan de MOMA in New York, nog eens goed na te  lezen. Als Minnie eenmaal tegenover de performancekunstenares Abramovic zit, dan is de conclusie: ‘Twee mensen staarden naar elkaar, maar alleen om zich los te maken van de ander, van zichzelf, op te lossen in de tienduizend dingen.’ (p.203)  Dit is de conclusie van de verteller. Het wil zoveel zeggen als het verlangen om te verdwijnen. Een motief dat voortdurend terugkomt, weg willen gaan, oplossen, net als Bas Jan verdwijnen in de oceaan. Een tweede motief wordt ook genoemd op dezelfde bladzijde: ‘ging het om de kans om door haar gezien te worden..’  Minnie wil alsmaar bevestigd worden in haar bestaan. Ze zoekt de bevestiging dat ze echt leeft en echte kunst maakt. Kunst moet niet verzonnen worden, maar ontstaan. Kunst en leven als broeders. Kunst die echt is en waarmee je ook gezien wordt als mens. Om daarna voorgoed te verdwijnen. Ik vind de twee hoofdthema’s wel bij elkaar passen want de kunstenaar sluit zich aan bij de natuur. De natuur brengt de kunst en de mens voort en de mens verdwijnt daarna weer in de kosmos.
Maar zoals Zwagerman  in het radiofragment zegt, je hoeft je niet in te graven in de thema’s, want als je die niet begrijpt, is het geen ramp. Al blijf je met een mysterieus gevoel achter, je hebt in ieder geval een prachtig verhaal gelezen en over kunstenaars gelezen die in een zeker perspectief worden gezet. En je hebt ook nog eens een expositie bezocht van twee conceptualisten. Daarnaast is Zwagermans werk dichterbij gekomen. Hij is een fantastische essayist geweest, een die juist verdween, op 8 september, in de periode van het schrijven van dit essay. En ook weer een mysterieuze verdwijning. Eerst, aan het begin van 2015, zijn collectie brieven wegschenken aan het letterkundig museum,( zie: http://www.npo.nl/de-wereld-draait-door/10-02-2015/VARA_101372612/POMS_VARA_786758,) dan een boek over stilte publiceren en twee dagen voor de publicatie, voor eeuwig oplossen. Net zo mysterieus als Bas Jan Ader die smeekt om niet vergeten te worden, maar zelf nooit een spoor achter laat.  
Nu laat ik de consequenties achter me lezer, als een vis die zich verliest in het water, als een zwemmer in open zee. Met nog een mooi laatste fragment, Abramovic oog in oog met haar grote liefde:


Abramovic en Weijers leren ons te kijken, te voelen en ons te verliezen. In liefde en in kunst, in kunst en in liefde. Ik hoef niet verder meer te zoeken, of te onderzoeken. Ik weet genoeg en ik heb genoten, het is goed zo. Ik leg mijn pen neer en neem een oogdruppel van dokter Vogel omdat ik zo wazig zie vandaag. Daarna ga ik slapen en wens u een goede nacht en dat u zich mag verliezen in een heerlijke droom. Een droom om in te verdwijnen. 


Sjoerd van Berkel,
22 november 2015




  






     

dinsdag 17 november 2015

Ogentroost

En toen werd ik wakker en zaten mijn ogen dichtgeplakt. Voorzichtig uitgespoeld en daarna toonde de  spiegel mij twee rode ogen, als een albinokonijntje. Ik had nu ook letterlijk een waas voor ogen zoals je door een beslagen douchecabine kunt kijken. Gelukkig heb ik dokter Vogel in huis die met een flesje ogentroost aankwam. Volgens medici niet- werkende druppels, maar bij mij werken ze wle hoor, beste mannen en dames van de wetenschap. Ze bieden troost voor schrale ogen. Ogen die ook niet meer willen lezen en dat is soms wel prettig, als je de krant van heden openslaat. Maar vooral het beeldscherm, daar hebben ze helemaal geen zin meer in. Hoor, buiten de storm eens langs de kust blazen, daar heb je geen ogen voor nodig. Het raam rammelt, hier in huis zelfs waait de wind. De goede Sint wordt nog van het dak geblazen. Omdat ik toch de man in huis ben moest ik er nog even uit om de vuilnisbak buiten te zetten. In mijn schoen bleek een chocoladebankbiljet te zitten.
Mijn liefste was vandaag jarig. Ik haalde een familiezak met frietjes bij de plaatselijke frietenboer. Het was daar erg donker voor de deur. En de wind poogde de patatten weg te waaien. Ik wilde ze in mijn rugzak proppen, maar die zat vol rugbrekende geleerde wijsheidboeken. Dan maar die zak onder je arm. Wind, duister, regen, en ik zag toch al weinig.
En toen gleed ik onder de deken en prikte met twee vingers een laatste woord.
'Doe jij je bouwlampje  nog even uit?' merkte mijn jarige job op.
Gaan we het raam sluiten of laten we het lekker doortochten?            

maandag 16 november 2015

Maandag 16 november 2015, in Amsterdam: sorry terroristen, ik ben niet bang!

Vandaag was ik in Amsterdam.
Wat vlaggen halfstok.
Politieagenten op het station.
Iemand trok aan de noodrem. Ik dacht eerst aan een zelfmoordenaar.
Dat was niet zo. Gewoon een oude dame in de war.
Verder gebeurde er niet veel.
De mensen bewegen net als altijd.
En dat is goed.
Dat is precies wat de terrorist niet wil.
Die hoopt op angst in het hart en in het brein.
Ik voelde me nergens bang.
En de anderen ook niet.
Ze eten, ze drinke, lachen en ze spelen op de piano in de hal.
Ik hoorde:  'Yesterday when I was young..'
Amsterdam, I love you.

maandag 5 oktober 2015

Souvenirs (tell me)




Toen ik bij mijn lang- geleden collega’s liet ontvallen dat ik muziek zocht van all over the world,  niet de reguliere, maar de volslagen onbekende, kwamen zij aan met souvenirs van hun reizen. Ze staan naast me op het nachtkastje: een toren van Pisa, een schaap uit Schotland en een vulkaantje uit Lanzarote. Prachtige kitsch en zo aardig dat zij aan mij dachten, in den vreemde. Mocht je ergens zijn en een prullerig aandenken voor me mee willen nemen, dan is dat goed. Muziek is natuurlijk helemaal mooi. Een vals zingende straatzanger, een onderwaterkoor, neem het mee. Ze zijn het musicerende bewijs van hartstocht, van zuiver amateurisme zonder PR bureau. Ik ben iemand die er geen moeite heeft met of iets kunst of kitsch is. Hier in de slaapkamer hangen diverse schilderijen. Een gezicht op Parijs, geen kunst, maar gewoon productie, daaronder een prent van een jongetje in een blauw autootje, gekocht bij Jacques de Friemel in de Haarlemmerstraat. Een winkeltje vol jaren 60 bagger. Aan de muur tegenover me een slecht olieverfje van een of andere onbekende grootheid, toch, ik zou hem niet kwijt willen. Want we leven en we hebben onze herinneringen aan die keer dat we iets kochten. Aan de lach op het gezicht van de verkoper die probeerde de maker van het schilderij te ontcijferen. Lanzarote, staat er op het nepvulkaantje. Ik heb dia’s gezien van dat eiland, woest en ledig is het. Breng me je rommel uit verre landen of dichtbij, maar vertel me vooral je verhaal bij het object. Waar was je toen je het kocht en hoe was de reis? Of het dagtripje? Tell me.