zaterdag 5 september 2026

Vanaf 18 september is mijn boek De Danser en de Ui verkrijgbaar via uitgeverij Boekscout

 


       Vanaf 18 september is mijn boek De Danser en de Ui verkrijgbaar via uitgeverij Boekscout  

Vanaf 18 september is mijn nieuwe boek De danser en de Ui verkrijgbaar via uitgeverij Boekscout


 Vanaf 18 september is mijn nieuwe boek De danser en de Ui verkrijgbaar via uitgeverij Boekscout 

Vanaf 18 september is mijn nieuwe boek De Danser en de Ui verkrijgbaar via Boekscout


 Vanaf 18 september is mijn nieuw boek De Danser en de Ui verkrijgbaar via uitgeverij Boekscout.

De Danser en de ui verkrijgbaar bij Boekscout

 


Vanaf 18 september is mijn nieuwe boek De Danser en de Ui beschikbaar op Boekscout. 

donderdag 16 juli 2026

De Danser en de Ui

 

Op twee oktober zal mijn nieuwe boek, De Danser en de Ui, uitgebracht worden door uitgeverij Boekscout. Het wordt een prachtige verzameling korte en langere verhalen die je met plezier kunt lezen in de herfst. 

De schrijfster Leontine Wagter verwoordt het als volgt: 

'Sjoerd van Berkel voert ons in zijn verhalen op sprankelende wijze mee naar een woud van sprookjes.

Zijn stijl is die van het oude volksverhaal, gevuld met levenswijsheid. Hierbij spelen dieren soms een rol maar vaak ook mensen. Er wordt regelmatig maatschappelijk onrecht en persoonlijk leed aan de kaak gesteld. Soms krijgen we een kijkje in een ontroerende herinnering, een andere keer verdienen feest – en herdenkingsdagen de aandacht, of een bekend figuur uit een regio of een land uit vroeger tijden.

Met verfijnde humor en op speelse en soepele wijze leidt hij de lezer door bergen en dalen en langs grillige – soms ook grimmige- bochten, waarbij het verhaal tot verrassende wendingen komt. Het verveelt geen moment.

De verhalen van Sjoerd van Berkel zijn geschreven in heldere stijl en zijn voor iedere lezer toegankelijk. Veelal worden ze begeleid met fraaie schilderkunst en foto’s.

Heerlijk om te lezen voor ’s avonds op de bank of voor in bed. En leest u vooral hoe door de lucht van de ui er buitengewone prestaties worden verricht!'



                                       S.van Berkel

Speciaal voor de omslag van deze uitgave heeft de bekende tekenaar J.G. Bouwhuis een tekening gemaakt die werkelijk prachtig is maar nog even geheim moet blijven.   

Nog 78 dagen en dan gaat deze danser uitgebracht worden!   





 


zaterdag 6 december 2025

Beleving in het Gooi





Ik speelde eens met mijn absurde theatergroep Fruit, in een villa, ergens in het Gooi. De ceo's wilden weleens iets anders. In een kamer als een kathedraal zongen wij onze rare komische liederen. Het gezelschap hoorde het in stilte aan. Soms hoorde je een grinnik.

Maar na ons laatste nummer, dat over een zwaan ging, verschoof er iets. Een keurige dame pakte een accordeon en begon te zingen. Er was iets losgemaakt. Er werd gezongen, volksliedjes, door mensen die stof en spinrag in hun keel hadden. De noblesse gedroeg zich of ze in cafĂ© Nol stonden. Ik keek er naar, pakte de envelop, ging naar boven om de gitaar in te pakken en toen ik beneden kwam was iedereen weer even ijzig en lijzig als voorheen. 

'Normaal doen we elke maand een strijkje,' grijnsde de voorzitter.

woensdag 3 december 2025

Mijnheer Oplawaai en de paniekaanvalclown

 


                                                      Clowntje, S.van Berkel


Mijnheer Oplawaai en de paniekaanvalclown

 Mijnheer Oplawaai wandelde langs een veld waarop een circustent was geplant. Hij dacht nog: ‘Een circus en dat in de winter, in mijn stad?’

Op het veld zag hij een kleurige clown. Grote flapschoenen, rode neus. Mijnheer Oplawaai was bang voor clowns. Dat had hij opgelopen in zijn jeugd. Een clown had hem toen achternagezeten met een mes. Door in een steeg te duiken, ontkwam hij aan de kinderkiller.

Mijnheer Oplawaai wist wel dat hij een rare angst had, maar het overviel hem toch. Hij bleef verstijfd staan. En dat deed de clown ook. De clown stond als een lantaarnpaal op het veld met de handen tegen zijn oren.

Plotseling rende de artiest een rondje over het gras en verdween via een trapje in een moderne camper. Mijnheer Oplawaai aarzelde. Hij had een nieuwsgierigheid die hem voortdreef. Hij zag de deur openstaan. Hij naderde voorzichtig en kon de clown zien liggen.

‘Kan ik u helpen?’ riep mijnheer Oplawaai. De clown gaf geen antwoord. Mijnheer Oplawaai kwam dichterbij.

‘Het gaat niet meer,’ jammerde de clown. ‘Ik kan het niet meer.’

Mijnheer Oplawaai zei niets. Dat had hij geleerd in zijn lange leven. Het is beter te luisteren naar de klachten.

‘Ik wil de piste in, maar ik heb paniekaanvallen.’  Hij smeet zijn rode neus door de wagen en stampte op de vloer. ‘Ik tril, ik zweet, ik val flauw als ik aan publiek denk.’

Mijnheer Oplawaai pakte de rode neus en keek rond in de ruimte. Het was eenvoudig ingericht. Niets aan het interieur deed denken aan het circusleven.

‘Misschien moet u een glaasje water nemen,’ zei hij. Hij wist dat dat nergens op sloeg, maar kon geen betere woorden bedenken. Wat zeg je tegen een clown die in een crisis verkeert?

‘De voorstelling begint over vijftien minuten,’ zei de radeloze man. Hij pauzeerde en keek toen mijnheer Oplawaai lang aan. Met een bevende arm wees hij naar hem en zei: ‘U moet gaan, u moet die piste in, doe het voor mij!’

Mijnheer Oplawaai schudde zijn hoofd. ‘Ik ben boekhouder,’ zei hij. ‘Om mij wordt nooit gelachen. Ik lever bestanden en daarna hoor ik nooit iets van iemand. Maar dat is mijn werk. Het is onzichtbaar.’

‘Dat wil ik ook!’ schreeuwde de clown. ‘Dat wil ik ook! Hoe word je dat, dat eh, boekhouwer?’

‘Wel,’ zei mijnheer Oplawaai. ‘Je moet allereerst goed kunnen rekenen, kunt u dat?”

‘Met de computer kan het,’ zei de man en hij wreef over zijn voorhoofd. ‘En sjetsjiepietie.’

Daar had mijnheer Oplawaai van gehoord. Hij staarde weemoedig naar buiten door de kleine ramen. Hij zag een man bij de grenzen van het terrein staan, met een grote, bruine zak in zijn hand. De zak bobbelde raar, zag hij. Even aarzelde de man. Hij was een jongeman met glimmende rode sportschoenen en een paarse campingsmoking. Zijn haar was lang, blond en vlassig. In zijn rechteroor droeg hij een grote zilveren ring. ‘Dat zal je schoonzoon zijn,’ dacht mijnheer Oplawaai en hij besefte dat hij in hokjes dacht. Misschien was de man wel aardig. In ieder geval wierp hij de zak in de sloot en rende weg. Dat wegrennen maakte mijnheer Oplawaai argwanend. Hij zei: ‘Ogenblikje,’ tegen

de clown en daalde het trappetje af. De zak dreef nog in het water. Er kwam geluid uit. Een scherp piepen, als van een remmende auto. Tien seconden later was hij bij de sloot.

 De zak dreef niet ver van de kant. Het was een juten zak. Een centimeter of vijftig groot. Hij stak al half onder water. Mijnheer Oplawaai trok zijn schoenen uit en stapte in de prut. Het was koud. Met zijn rechterhand wist hij het voorwerp te pakken, maar het optillen was niet eenvoudig. Het was, omdat het water had opgenomen, zwaar. Hij spande zijn armspieren en trok het baaltje naar zich toe. Toen hij daarmee de kant op wilde klimmen, zakte hij tweemaal terug en verdween tot zijn middel in het Hollandse kroos. Maar hij zette door en legde de zak op het land.

Nu bekroop hem de angst dat er misschien een hoofd in zou zitten, of ledematen. Zoiets had hij weleens gezien in een misdaadprogramma. Daarom opende hij met trillende handen de zak, door het touw dat eraan vastzat, los te maken.

Tot zijn verrassing zat er iets heel anders in.

‘Wat bent u aan het doen?’ de clown stond achter hem.

Mijnheer Oplawaai toonde de diertjes. Twee cyperse katjes. Drijfnat en hysterisch maaiend met hun pootjes.

‘Wat is dat?’ wees de clown.

‘Kat,’ zei de boekhouder. ‘U heeft weleens een kat gezien?’

De clown nam de poesjes over die zich heftig verzetten.

‘Wie doet nu zoiets?’ 

Mijnheer Oplawaai  en de clown zaten in de woonwagen. De directeur van het circus was er bijgekomen. Hij gaf droge kleren aan Oplawaai. De broek was veel te groot. ‘Nu lijk ik ook een clown,’ lachte hij. ‘U bent een held,’ zei de manager.

‘Ja,’ zuchtte Oplawaai, want hij wist dat zijn vrouw zou gaan zeuren over de doorweekte kleding.

‘Maar om het even over een andere zaak te hebben: ik heb deze mijnheer gesproken en hij heeft last van plankenkoorts. Een heftige vorm. Ik denk daarom dat het goed zou zijn als hij  deze katten mag houden. Katten helpen tegen stress. Dat is bewezen. En ze zijn goedkoper dan een coach.’

‘Hoe weet u dat ik dat wilde voorstellen? Ik heb prima ervaringen met coachtrajecten.’

‘Niet bij deze clown. Hij is te gevoelig. Laat hem deze katten houden.’

‘Het is tegen de regels.’

Toch mocht de man de katten houden.

‘Ik dien mijn ontslag in,’ sprak hij plechtig. Hij leek opgelucht na het uitspreken van de woorden.

Mijnheer Oplawaai arriveerde bij zijn zieke vrouw. Ze moest heel hard om hem lachen.

‘Wat een clownsbroek heb je aan,’ zei ze. ‘Wat heb je gedaan? Je hoefde toch alleen een paar koekjes te halen?’

‘Ja,’ zuchtte hij en zette de rode dop op zijn neus. ‘Ik heb een clown geholpen en twee katten gered.’

‘Goed van je.’

‘Ja, we hebben ze een naam gegeven: Nervo en Depri.

‘Wat een rare namen.’

‘Ik ga een andere broek pakken,’ zei mijnheer Oplawaai en hij dacht aan de laatste woorden van de clown. Een aanbod om de camper te kopen. Hij zou er over nadenken, had hij geantwoord.