woensdag 22 december 2010

Algarve

Sneeuw is leuk, maar niet 's morgens om half zeven als je naar je arbeidsplek moet.
Het aankleden alleen al duurt al een half uur (beetje overdreven). Muts, handschoenen, extra broek, een Michelin mannetje dat over de straat schuift. En dan nog lekker op de trein wachten, dat is helemaal erg. Omringd door andere kleumenden krijg ik gedachtes die ver weg, heel ver weg zijn. Ik ben weer terug in Albufeira, de Algarve in Portugal, waar nog weinig mooi is, behalve dan die rotsen en die zee, die zo mooi is dat je het bijna niet kan geloven, zo'n kleur blauw die de kleur van de hemel moet zijn. Maar het allermooiste aan de Algarve is het klimaat. Het is zo heerlijk, niet te vochtig en niet te droog met een Afrikaanse wind erbij. Als je van de rots naar beneden gaat, via een niet al te veilige afdaling, kom je tussen de rotsen op je eigen prive strand.
Als je achterover gaat liggen op het zachte zand heb je geen last meer van de lelijke flats en golflinks achter je. Je voelt je een met het steen en het water, dat verrassend veel kracht heeft, als je erin zwemt.
Nou, daar verlang ik dus naar bij deze temperatuur, languit liggen in de zon.
De ijsgekte gaat aan me voorbij. Mijn energie wordt opgewekt door warmte en licht.In mijn paspoort staat wel dat ik Nederlander ben, maar wat dat betreft niet.

dinsdag 21 december 2010

Ik sta in je kamer

Ik sta in je kamer,
maar jij bent er nog niet
je zit in mama’s buik
en niemand die je ziet.
Je hebt al gordijnen
met een Winnieh Poeh motief
ik ken je van de echo’s
en ik vind je nu al lief.

Ik moet nog even testen
of de waterkruik wel sluit
want anders loopt
het hete water er zo uit.
Je wiegje moet straks komen
maar het is nog vroeg,
als je gewoon blijft zitten,
is er tijd genoeg.

Je moet me vertrouwen,
dat ik er voor je ben,
dat ik nu al van je hou
hoewel ik je niet ken.
Nog tien weken wachten,
dan zijn we een gezin,
hoe zullen dan de nachten zijn
en hoe wordt het begin?

Het aankleedkussen ligt al klaar,
op de commode bij het raam,
ben je een jongen of een meisje,
je krijgt van ons een naam.
Zo stil en ook zo gek,
dat je er al bent en ook weer niet
in deze mooie kamer,
waarin ik, zonder jou,
een moment geniet.

Ik sta in je kamer,
zie de bomen zonder blad,
toch voel ik me heel vrolijk
want jij komt op mijn pad.
Baby, ik ga weer verder
met de dagelijkse troep,
ga jij maar lekker groeien,
pappie maakt voor mammie
een lekkere tomatensoep.


Ze zeggen dat je als ouder,
prenataal al praten moet,
ik hoop dat je dat snapt
dat je niet denkt:
pa, die is niet goed.
Nu laat ik je met rust schat,
ga maar spelen met je teen,
ik laat je in je ‘kamer’,
tot de lente komt, alleen.

maandag 20 december 2010

Zondagochtend ritje

Zondagochtend bracht ik Anja naar haar werk. Het was bar vroeg. Half zeven in de ochtend. Eerst de auto uit de sneeuw hakken. Je moet wat over hebben voor de liefde. Eindelijk leek het ding weer op een auto in plaats van op een of ander kunstwerk uit een kunstgalerie. De deur voorzichtig open maken en je dan in de bevroren mobiel wringen. En het stuur is koud..! Heel voorzichtig in zijn achteruit, er kwam een vreemd gekraak onder de bolide vandaan. Gelukkig, hij deed het nog. Ook handig dat we weer een binnenspiegel hebben. Laatst rolde die er zomaar af en een moeite dat we hebben gedaan het ding er weer aan te krijgen. Uiteindelijk moest de garage het doen. Nu voorzichtig vooruit. Moet je ook eens proberen, ( liever niet), zet de auto in zijn twee en hij rijdt gewoon zonder dat je gas geeft. In zijn een lukt dat niet. Het voelt weer als de eerste rijles. Glibberig en licht onzeker zweefden we over de voormalige asfaltweg. Een slingerende fietser (wat deed die zo vroeg daar?) liet zien dat fietsen een kunst is die weinigen beheersen, zeker als het op ijs is. Ik moest dus weer denken aan de rijles, bij een heuveltje stopte ik en toen ik erover heen wilde, spinden de wielen als een formule 1, maar er gebeurde niks. 'Rustig gas geven,' zei Anja. 'Soms trek je weleens wild op, dan vind ik je heel stoer, maar dit is een mooi leermoment..'
Op de weg werden we nog ingehaald door coureurs met een winterdip, die wilden gewoon dood. Uiteindelijk toch aangekomen bij het gesticht en afscheid genomen.
Ik reed weer terug door de donkere ochtend, er was niemand op de weg. Uit de radio kwamen kerstliedjes. Ik hoorde Wham met Last Christmas niet, ik denk dat niemand die plaat meer kan horen. Ik ben geen held in de auto hoor, ik deed ook best lang over de lessen. Ik bouwde zo een hele vriendschap op met de leraar, zo vaak had ik les. Hij droeg gedichten voor uit zijn hoofd en besprak de krant. Mijn moeder heeft er ook heel lang over gedaan en die zei op een gegeven moment tegen de leraar: 'Vrouwen van boven de veertig hoeven geen bochtje achteruit te doen..!' Was die man dat gaan navragen bij het CBR, om je dood te lachen! Zij was sowieso lekker bezig. Op haar examen vergat ze de examinator binnen te laten, tot hij op het raampje klopte. Na mijn eerste examen zei de examinator dat hij niet met mij naar Rotterdam wilde. Hij wilde ook steeds dat ik harder ging rijden, het was echt een bruut.
Ik reed verder, bijna weer thuis. Door de verlaten en slapende wereld.
Tot de laatste meter goed opletten, zou het zout hier al op zijn? Anja moest een zak zout halen voor bij de bevalling. Maar waarom? Het stond op het lijstje.
Ik parkeer de wagen naast die van de buurman en wrik me eruit. Tijd voor nog een tukje.

zondag 19 december 2010

Het leed dat kerstboom heet

Een echte boom is natuurlijk hartstikke mooi, maar onze drie lieverdjes denken daar anders over. Zij zien de boom als een leuke speelmaat. Daarom hebben we al sinds lang een twintig centimeter hoog nep exemplaar. Ze hebben daar geen interesse in. Maar dan mijn ouders. Wij kwamen vanmiddag bij hen op visite en zagen de kerstboom, het was een mooi ding, maar erg krom. We schoten een beetje in de lach. Toen we een tijdje zaten en gewend waren aan het aparte boompje hoorden we een soort waterval geluid. Ik bukte om te kijken wat het was. Er stroomde water uit de emmer. Ook dat nog, er zat een lek in! Met mijn vader probeerde ik de boom met kluit omhoog te tillen, maar hij zat vol water en was wel zwaar geworden. De modder vloog alle kanten uit, de ballen moesten er weer uit en de lichten gedoofd. De kerstsfeer was abrupt verbroken en de bagger zat aan de muur. Maar we hebben wel lol gehad en dat is toch ook de bedoeling van kerst.

zaterdag 18 december 2010

Yesterday in de sneeuw

Ik probeerde gisteren naar huis te gaan. Het was net drie uur geweest toen ik op het Centraal Station aankwam. Het was me gelijk duidelijk: hier was iets ergs aan de hand. De informatie borden waren helemaal blanco en er kwam een omroepbericht dat wegens de extreme sneeuwval het treinverkeer in het hele land ernstig ontregeld was.
In de hal gonsde het van de zenuwachtige geluiden van ongeruste passagiers. Vooral buitenlanders klampten willekeurige mensen aan om een klein beetje informatie. Maar info kwam er niet of nauwelijks. De borden zwegen en ook de stem uit het plafond zweeg. Er waren wel wat medewerkers van de NS, met een rode pet, maar die waren zo overspannen dat ik het vragen maar na liet.'Hou je klep!' riep er een tegen een mevrouw. Zelf werd ik uitgelachen toen ik aan zo'n medewerker vroeg of het nou aan de treinen lag of aan de sneeuw of aan iets anders. Voor het loket van de info stond een lange, zinloze rij wachtenden. 'Wacht u op de omroepberichten!' was het enige wat ze hoorden. Ik ging met de massa mee omhoog via de roltrap om mijn geluk te proberen, maar op het perron was het zo druk dat ik met enige moeite weer ben afgedaald. Beneden heb ik een zak friet genomen. Eten is een voorwaarde in het survivallen. Naast me stond een meisje te klagen dat ze al de hele dag onderweg was. Klagen heeft geen zin dacht ik, vooruit kijken wel, oplossingen bedenken. Een taxi nemen? Wel duur, maar gezien de toestand op de weg ook onmogelijk, net als de bus. Een kennis vriend bellen en hopen dat die thuis is? Heeft meer zin. Ik belde Mark. Hij nam op, zei dat hij nog op zijn werk zat. Maar aan zijn stem kon ik horen dat ik zo bij hem terecht kon. Ik beloofde hem later te bellen. Mark is een kanjer. Wel jammer dat ik hem zo lang uit het oog ben verloren. Maar ja, zo is het gegaan. Het werd steeds drukker op het station. De stemming werd ook anders. Er was veel openheid en saamhorigheid, je kon zo iemand aanspreken, dat is 's morgens in de forenstrein wel anders. Ik wil niet zeggen dat ik deze ramp leuk vond, maar de gezelligheid was bijzonder. Toch leek het me beter ergens een kroegje op te zoeken voor de warmte en een glas wijn. Ik glibberde door de Warmoes naar de Dam en passeerde een aantal hotels. Ik twijfelde er niet aan dat ik ze niet nodig zou hebben. De warmoes was in kerstsfeer. Het grootste deel van de winkels bestaat uit artikelen voor hennep, sex en de herenliefde dus dat geeft een apart contrast. Ik belde mijn zus terwijl ik langs Madame Tussauds waggelde. Ik zag dat de boom op de Dam geen lichtjes had, was het geld op? Zus had ook geen informatie over de toestand op het spoor, de NS site lag plat. Ik voelde me een beetje somber worden. Na een moeizame week op het werk wilde ik snel naar huis, maar een grote kracht hield dat tegen: de natuur, onvoorspelbaar en machtig.
Ik ging de Kalverstraat door, dan naar het Spui en door de Voetboogstraat in. Het cafe was er nog steeds: de Schutter, pleisterplaats van hangstudenten.
Nog steeds even bruin, even smoezelig en even gezellig al voorheen. Boven de tafels hangen afgrijselijke nep leren lampen uit de jaren zeventig. De bar zit nog steeds dwars op het trapgat. Enige verandering is dat de rokers nu achter een glazen pui zitten te blowen.
Ik bestelde een glas wijn en nam mijn boek van Graham Green er bij. De derde man, uitstekende literatuur in deze benarde toestand. Smokkel verhaal in het Wenen van na de oorlog.
Ik vertelde de jongeman achter de bar van mijn probleem. Hij ging op internet kijken of hij wat kon vinden. Aardige vent. hij kon niks vinden. Ik bestelde een biefstukje met rijst. Even later kwam hij met een biefstukje met aardappels. Ik denk niet dat hij een goeie kellner is, maar sympathiek is hij wel. Ik at de maaltijd en had een licht blues gevoel, zo moest een truck chauffeur of een handelsagent zich voelen.
Wel naar huis willen, maar niet kunnen.
Na de maaltijd voelde ik me wel weer sterk genoeg voor de terugtocht. Ik verwachtte niet dat het allemaal opgelost zou zijn.
Ik gleed terug over de blubberige voorburgwal en kwam weer bij het station. Het was nog steeds een chaos. Ik ving een omroepbericht op voor de trein naar Rotterdam en de trein naar Utrecht. Waar zouden de trein reizende collega's van de Zilveren Toren zijn? Ik had nog wel vanaf het CS naar de Troren gebeld om te waarschuwen.
Plotseling hoorde ik het woord 'Alkmaar' en 8a. Ik spoedde me naar het perron en zag inderdaad een trein naar Den Helder, het was te mooi om waar te zijn!
De tijd was nu half zeven. Ik had ook regelmatig contact met Anja. Ik zag de stroom beestjes op de telefoon hard achteruit gaan, wel iets om rekening mee te houden.
De trein was over en overvol. De machinist waarschuwde ons dat hij niet zou vertrekken als we ons niet gedroegen. En mocht er iemand flauwvallen dan kon de conducteur er niet bij komen. Hij adviseerde dan maar 112 te bellen. Heel langzaam kwam de trein in beweging. Wij zaten boven nog redelijk, maar op het portaal waren het haringen in een ton. We kwamen bij Sloterdijk. Daar stonden nog heel wat kantoorpiefjes al uren te blauwbekken, dus die waren echt wild om er in te komen!
Bij de deuren stond politie om de orde er in te houden. We tsjoekten door het witte landschap. Naast me stond een dame die volgens mij een concert moest geven met een of ander instrument. Ik hoorde ook van mensen dat ze van Schiphol terug naar huis gingen. De vlucht was geannuleerd. Naast me zat een man aan een pilsje. De sfeer in de trein was uigelaten alsof we op een carnavalsavond waren. De machinist deed er een paar lollige uitspraken bij; 'Dames en heren een prettige mededeling: wij gaan het bovenste en onderste deel van deze trein niet splitsen!' Hij gaf steeds goede informatie, bij wijze van uitzondering op de rest van het spoor personeel. Chapeau.
Toen dreigden we alsnog voor Uitgeest te stranden. Alkmaar was nog niet klaar met de wissels. Ik voelde de neiging om een plasje te doen, dat kon weleens een probleem worden: voor de wc stond een enorme boel opgefokte lieden. Dus laat maar.
Naast ons stond een meisje met een kerstpakket: een espresso apparaat. Daar had ze toch wel mee rondgezeuld al die tijd. Ze zei dat ze zelf geen koffie lustte. Ik zag op het station ook wankele oudjes rondscharrelen en mensen met babies. Niet zo best allemaal dacht ik. Waar zijn de noodscenario's? Behalve de gratis koffie onderneemt de NS niks voor de zwakkere reizigers. Die kunnen gewoon doodvallen.
Gelukkig stopte de trein niet in Uitgeest. Bij eerdere rampen heb ik daar weleens gestaan om dat het ding niet meer verder ging, en dat wil ik niet nog eens. Uitgeest is een ramp, er is daar helemaal, helemaal niks, je staat gewoon bloot aan de elementen.
Eindelijk bereikten we Alkmaar. In de verte zag ik Anja aan komen scharrelen. Er liep een vrouw naast haar die op weg was naar haar gestrande dochter.
Het was nu acht uur, vijf uur later. Jammer van mijn vrijdagavond.
Maar als je eenmaal thuis bent vergeet je alles snel.
Ik ben alleen nog niet vergeten hoe slecht het spoorpersoneel functioneert als de boel plat gaat. Wat gaan ze daar aan doen?

maandag 13 december 2010

Vanavond geschilderd

Heden avond met verf geklodderd. En het leuke van klodderen is: van afstand lijkt het dan toch weer ergens op. Ik had diverse dingen op staan. Een zelfportret en wat landschapjes uit Italie.
Ik kan me nooit afzonderen (atelier) dus tussendoor ging de telefoon, de kat wil slagroom en ik moet nog een appel schillen.
Toen kwam Anja binnen, helemaal moe van een avond werken. Ik ga haar nursen.

zondag 12 december 2010

Winterdip

Zelf heb ik er geen last van, maar om me heen hoor ik nogal wat mensen die worstelen met een winterdip. Op dit moment van schrijven valt net een heerlijk zonnetje naar binnen, of het zo moet zijn.
Maar ondanks de zon slaapt de natuur en dat is precies ons probleem: wij slapen niet mee. We moeten ons er bij neer leggen dat het leven afgeremd wordt. Eigenlijk zouden we een winterslaap moeten houden. Aangezien dat geen optie kan zijn is er maar een oplossing voor de treurigen onder ons: dat is of een speciale daglichtlamp of heel veel naar buiten om te wandelen. Behalve het noodzakelijke licht stemt de beweging ook prettiger.
Andere voeding kan ook helpen, deze maand staat stijf van vet voedsel en dat krijg je ook een sloom gevoel van.`
Dus dokter Sjoerd zegt: als je niet bevoegd bent om in je hol te kruipen tot einde maart dan moet je maatregelen nemen en in beweging komen. Dat heeft ook als voordeel dat het sneller voorbij is allemaal.
Tot slot nog een zweverig advies: probeer mee te gaan in die beweging dat ritme van eb en vloed, van zomer en winter, van dag en nacht.