maandag 11 september 2017

Egel

Ik lig achter het raam te wachten op onze egel. Als de zon vertrokken is komt hij door een gat in de schutting aangewaggeld. Snuffelt langs onze uitdijende bomenkwekerij, eet eerst nog een paar slakken - waar ik dus geen gif voor nodig heb- en stort zich dan smakkend op het egelvoer. Hij maakt behoorlijk wat lawaai. Hij is een echte herriemaker. Maar prachtig om hem zo van dichtbij te zien. Zou hij mij ook zien? Of zij?

zondag 25 juni 2017

De vogel in de pijp aangepaste versie

Dit is al een oud verhaal dat ik heb aangepast voor een schrijfwedstrijd van de Vogelbescherming. Het mag maximaal 350 woorden zijn.



Vanmorgen toen ik de wasmachine vulde, op de zolder, hoorde ik  een geluid. Het kwam uit een pijp die van het dak naar beneden loopt, maar niet meer wordt gebruikt. Aan het gefladder en gekrabbel te horen zou het een vogel kunnen zijn of een vleermuis. 

Ik probeerde de pijp open te krijgen, maar er zat veel  plakkerige tape omheen. Met een Stanleymes probeerde ik dat te verwijderen. Maar plotseling hoorde ik geen geluid meer. Het beestje is gestorven van de stress, dacht ik.

Ik deed de gereedschapskist  verdrietig  dicht en ging naar beneden.  Het krabbelen  begon  weer. Het was een onverdraaglijk, schurend, metaalachtig geluid en het ging het hele huis door. Mijn kat Minoes raakte nu ook overstuur. Ik besloot haar even op te sluiten. Daarna pakte ik een  schroevendraaier, wrikte woest  in op het onderstuk en hield de  kattenmand er onder.  En door een spleetje zag ik haar zitten: een  vogel. Een jonkie, zwart. ‘Help me nou ,’ ze klonk driftig.

Eindelijk beukte ik door het plastic. Het gat was groot genoeg. Zij zag het ook en viel uit de pijp.  Daarna  vloog ze in een oogwenk de trap af, het huis in. Ik ging haar achterna met de mand en dook boven op haar. Ze schreeuwde het uit, het was een ijselijke kreet.  Ze ontglipte  en fladderde door mijn kamer. Ze draaide omhoog en verdween weer in het trapgat. Ik rende achter haar aan, terug naar de zolder. Daar bleef ze rondjes draaien boven de wasmachine en tikte met haar snaveltje tegen het glas.

Toen zag ik wat ze bedoelde:  Mijn Minoes, zat in de wasmachine. Ik had haar opgesloten! Ik rukte aan de deur en greep de poes. Ze mankeerde niets. Achter me hoorde ik de vogel tokkelen. Ik keek haar aan en ze verdween door de  pijp naar buiten. Ik stopte mijn hoofd erin en een gele kwak landde op mijn neus. 

Toch riep ik haar na: ‘Vogeltje, held, als je in de buurt bent, kom  dan nog eens langs en neem dan de normale weg via de achtertuin.’


woensdag 3 mei 2017


De strijkplank

Gisteren werd ik wakker als een strijkplank. Mijn achterkant had de souplesse van een bakstenen muurtje. Misschien kwam het door de hulp die ik bood bij een verhuizing. Vooral het verplaatsen van de metersdikke tafelpoten zal ik mij herinneren. In bad dacht ik te midden van het schuim aan de medemens van wie het lichaam niet meer werkt. Ik heb een tante met een neus die niet meer wil ruiken en ik ken een man die zich verplaatst op een hightech metalen been.  Lastig leven.  Ook, onzichtbaar, zijn er velen om me heen van wie de darmen niet meer werken en die hun halve leven op de pot slijten. Er zijn mannen waarvan de fluitketel niet meer werkt. Ook lastig. Verder zijn er mensen die met het hart van iemand anders rondlopen. In een boek over het  fenomeen van de harttransplantatie las ik dat je daarmee het karakter van de vorige drager overneemt.  Dus was je voorheen een kalme bejaarde dan kun je nu een verjongde, opstandige radicaal zijn. Je kunt ook plotseling heel ontrouw worden omdat je het hart van een womanizer hebt gekregen. Lastig. Veel mensen hebben wel een onderdeel aan hun lijf dat niet meewerkt. Je moet ermee leren leven, zeggen ze. Dat is gemakkelijk praten. Ik zag onlangs een man op straat liggen. Hij laat zijn invalidenkarretje trekken door zijn hond, maar  het beest had een poesje geroken en was er vandoor gegaan. Met het karretje er nog aan vast. Zeg niet te gemakkelijk dat je er maar mee moet leren leven. Ik heb deze dag afgezien en het stelde nog helemaal niets voor. Geen pijn, ik kon alleen niet bij mijn schoenveters. Hoe is je leven als je de hele dag pijn hebt?  Ik heb vandaag geen stem, wat ik ook wil zeggen, er komt geen geluid. Het is rustig. Ik klaag niet. Wie nog strijken moet mag me komen lenen. 

zondag 30 april 2017

De verjaardag van Willem Alexander








Ik ben uit mijn schijfwinterslaap gekomen. De lente is daar, de zon schijnt en  vandaag is het de verjaardag van onze koning Willem Alexander: 27 april 2017.  Hij is 50 geworden. We lopen over een markt die is voorzien met bijeengeraapte spulletjes van de Nederlandse zolder. Speelgoed, kleding, uit de mode geraakte apparaten, keurig uitgestald en aangeprezen met een gulle lach. Zelfs een priester van de lokale kerk heeft vandaag een oranje hoed op. Ik herken hem in de menigte. Hij zwaait. Aan de straatkant staat in de kou een meisje beverig te fluiten op een fluit. Ze spaart voor een grotere fluit, dus we geven een muntje. Ik hoop dat ze dan wel nog wat gaat oefenen op dit kleine instrument, want haar techniek behoeft nog wat aandacht. Het kan ook de kou zijn die haar vingers verkrampt. Ik hoop haar volgend jaar weer te zien. Voor een paar centen koop ik een vergeeld boekje over het beleg van Haarlem door de Spanjaarden. Het is een woeste geschiedenis waarin bijzonder veel koppen rollen. Een mysterieuze vrouw die Kenau heette, zou een belangrijke rol in de strijd gespeeld hebben, maar dat is meer fantasie dan werkelijkheid. Want we houden dan wel van heel gewoon zijn en ieder jaar hetzelfde stuk op de markt te herhalen, we houden ook van mythes en verhalen en maken die liefst veel groter. Opvallend is dat Willem Alex op geen enkele manier probeert groter dan zijn landgenoten te zijn. Een koning zonder mythes en zonder geheimen. Zonder heldendaden. Hoewel, hij heeft een keer de Elfstedentocht gereden.
Maar misschien is op de markt gaan staan met een fluitje ook wel een dappere daad.

 

zondag 20 november 2016

Gaten



De vrouw in het zalmroze mantelpakje kijkt me aan terwijl achter haar schouder de trein komt aanglijden. Ze ziet er bont uit, want  haar hoedje is oranje  en haar puntschoenen met hakje, rood met blauwe stippen.

Ze klaagt met een vinger in de lucht: ‘Mijnheer het is toch wat met de jeugd van tegenwoordig.’  Ik knik niet enthousiast om deze vijf eeuwen oude  open deur en wil eigenlijk weg, maar waarheen? Dus ik knik nogmaals en beschouw haar waterig blauwe ogen en ik zie nu ook dat ze iets te breed is voor haar lengte. ‘En raad u eens hoe oud ik ben? Ik ben al 85, met kunstheupen mijnheer, dat had u  niet gedacht, waar?’ Ze maakt twee, drie kleine danspasjes en draait met haar geplastificeerde onderdelen.  ‘Ik ga naar  het Amsterdam Dance Event.’  

Het antwoord op haar vraag blijft ergens steken omdat een vraag zich opdringt omtrent het feit of ik haar nu moet bewonderen dat ze er jong uitziet of dat het een wonder is dat ze nu pas kunstheupen heeft en daarmee een nacht gaat doorstampen. Ik weet het niet met deze dame. Zo meteen gaat ze me nog magic mushrooms aanbieden.

De trein komt sissend dichterbij. Onder de wielen de herfstblaadjes geplakt om het remmen onmogelijk te maken. ‘O ja, de jeugd van tegenwoordig,’ galmt ze, ‘wat denkt u? Mijn achterkleindochter Josefien kwam deze week thuis met een  nieuwe broek. Een spijkerbroek. Een jeans mijnheer. Ze hing het vale ding over een stoel en zei: ‘Oma, ik ga nu

sporten hoor, ik laat mijn broek hier even hangen? Past u er goed op?’  En weg was ze alweer. Ik werd nieuwsgierig naar die broek. Eens kijken. Er zat geen kleur aan, maar dat hoort zo, hebben ze me verteld. Alsof hij tien jaar oud is, dat is het mooiste. Als dat zo is, waarom koop je hem dan niet op een tweedehandsmarkt? Want kijk deze mooie pumps – ze stak ereen in de lucht-  die hebben al heel wat kilometers gemaakt. Maar bien, ik zag die broek, en wat zag ik, hij zat vol gaten. Nou, dat ging me aan het hart. Ik dacht: o gut, dat kind  is gevallen natuurlijk met skeeleren en dit is gewoon een hint van oma, wil je dat voor me maken?’

Zelf moest ik ineens denken aan die keer dat ik bij een vriendje achterop een fiets zat en ervan af viel. Mijn broek kapot, maar nog erger: mijn knie kapot. En toen mijn moeder die alleen over die broek begon terwijl ik riep: hallo mama, ik bloed dood en jij praat alleen maar over die broek.

‘Luistert  u nog wel?’  de dame tikte tegen mijn schouder. ‘Ja, ja,’ zei ik, ‘u dacht, kom laat ik die broek eens maken.’
‘Inderdaad, ik dacht, dacht ik, laat ik die broek eens maken, ik ben naaister geweest, dus hup, hup, alle gaten gedicht en keurig hoor, niks meer van te zien.’

Ik hoorde de overwegbellen rinkelen. ‘Maar toen kwam Josefien thuis en die zag die broek en die werd hartstikke kwaad, ze begon te vloeken en te tieren en ze riep: ‘Oma, waar is mijn broek, heb je mijn broek weggedaan, waar is mijn nieuwe broek, dit is vast een ouwe broek, wat heb je gedaan, ben je nou helemaal gek geworden? Nou, ze brieste en schreeuwde alsof ze naakt over straat moest.’

“Wat een raar verhaal,’ zei ik,’ maar heeft u het wel uit kunnen leggen?’  “Nee mijnheer, ik begreep er niks van, hoe kan ik nou weten dat het mode is om een nieuwe broek te kopen met gaten erin . Dan heb je een gaatje in je hoofd volgens mij.’
‘ Zou kunnen,’ zeg ik, ‘maar mode is altijd wel wat gek toch?’
‘Ja, ik moet instappen,’ zegt ze, ‘en die sokken die u aanheeft mijnheer, dat bruin dat past echt niet bij uw blauwe broek, zal u daar effe naar kijken? Dag mijnheer’.
De deuren sluiten en ik zie haar een verhaal afsteken tegen een boomlange conducteur. Het gaat over zijn broek. Ze wijst erop. De pantalon is te kort, hij heeft hoogwater.

Een meisje van een jaar of zestien komt aanrennen en beukt op de deurknoppen. Helaas, ze komt de trein niet meer in. Ik zie  dat ze gaten en scheuren in haar broek heeft. Ik herken het verschijnsel nu pas, dat wil zeggen dat ik of geen gevoel voor mode heb of dat ook ik  85 jaar ben en naar een dance-event moet gaan.

Let’s dance, put on your red shoes and dance  ..            


           

dinsdag 15 november 2016

De IPAD en de gasman


De IPAD en de gasman

Op 20 juli 2016 gaat  de temperatuur in ons koudekikkerland naar de dertig graden. Desondanks komt er een medewerker van een gasbedrijf een meter vervangen.

De zwetende, lichtkalende, donkere man in het veels te dikke blauwe werkpak kon het me niet uitleggen. Dat het vorige jaar de elektriciteitsmeter van de muur moest en nu de gasmeter en opnieuw de elektriciteitsmeter. Had dat dan niet in een keer gekund, vroeg ik hem en waarom nu nogmaals de elektrometer. Dan hadden zowel hij, als ik, op het strand kunnen gaan liggen. Hij keek me aan met het gezicht van een automonteur die aan zijn vrouw uitlegt hoe een remleiding werkt, mompelde wat en ging verder met puffen over zijn pak dat echt niet uit mocht van de baas, nee, zelfs niet bij 36 graden. Daarna bukte hij en begon mijn gasmeter, uit 1979, uitgebreid fotografisch op zijn IPAD vast te leggen. Dit alsof het een bijzondere meteoriet was. En dat was het ook. Waar vind je nog een gasmeter uit 1979? Zijn enorme vingers gingen vaardig over het glas, maar hij keek daarbij enigszins sip.

Ik zei dat het zou gaan waaien  en poogde hem daarmee op te vrolijken, maar nu keek hij helemaal somber. Hij zei dat hij thuis zijn zonnescherm van 12 bij 6 meter uitgeklapt aan zijn huis had hangen en dat het ding al eens van zijn huis was geblazen. Eigenlijk wilde hij direct naar huis, maar dat zou de baas niet goed vinden.

Dapper kluste hij door en plotseling zat de moderne tijd in mijn opgeruimde meterkast. De oude meter ging in een doos, waarheen, wie wil dat hebben, je weet het niet, misschien is er een verzamelaar van oude gasmeters, vooral uit 1979. Niet 1978, nee, nee, echt 1979.

Hoe dan ook, de man begon nu alles wat hij van de muur had gebroken te fotograferen met zijn IPAD met een nauwkeurigheid van een archeoloog. Mijn gastoestanden werden artefacten, getuigen van de 20 e eeuw, de eeuw van de analoge prehistorie. Vastleggen, had de baas bevolen. Alles vastleggen en naar mij sturen in een bestandje. Toen hij ook nog de nieuwe, glimmende gasmeter had vastgelegd, verliet hij smekend op een regenbuitje mijn pand en leef een tijdje nagaren in de braadpan van zijn ongeaircode dienstauto. Later ontdekte ik bij mijn vakantie vierende buren, waar ik de vijvervissen eten zou gaan geven, een briefje van zijn hand: ondanks onze afspraak trof ik u niet thuis. Ik meen dat hij ook dit briefje heeft gefotografeerd en pas daarna in de bus heet gedaan. Voor de zekerheid heeft hij het van in de bus stekende briefje ook een foto gemaakt. En daarna glimlachte hij even omdat de klant een no-show geval was.

En nu ik dit schrijf op deze 20e juli begint het hard te waaien en wordt het zonnescherm en de complete voorgevel van de woning van de arme monteur gerukt. Gaat hij daar ook een foto op zijn IPAD van maken?   



Het was een paar maanden na de date met de aardige gasmeneer. Het werd kouder en kouder, de aarde wendde zich af van de zon en het licht werd geler en zachter. Op een frisse avond in oktober schoot ik onder de doesj, de kunstmatige waterval die ons met zijn hete dampen terugbrengt naar het verloren paradijs. De zachte, warme  stralen verwarmen de huid en het lichaam dat eenmaal ingezeept, ruikt naar de wilde frisheid van limoenen.

Ik was opgewekt omdat mijn energieleverancier in een exclusief aan mij gerichte e-mail meedeelde dat ik tweehonderd euries terug zou mogen ontvangen, wegens zuinigheid. Ik dacht direct aan de zwetende gasman: misschien had hij hier ook een bijdrage aan geleverd.

Maar plotseling, ik had de Guhl zjampo al in het haar gesmeerd, werd het water koud. En kouder en nog kouder tot het absolute nulpunt. Aangedaan draaide ik aan de kranen, maar het mocht niet baten: mijn lijf kreeg een straffe, koude, Spartaanse behandeling. Ai, dan maar afgedroogd en naar de zolder gebibberd om daar in de CV te kijken. De druk was goed, zag ik. Zo’n  anderhalve bar, dat moest genoeg zijn. Vreemd. Alleen de temperatuur van het tapwater stond op negentien, veels te laag. Ik drukte op diverse knoppen, maar er gebeurde niets.

Ik gaf het op lieve vrienden, en toen ik onder de dekens lag te klapperen dacht ik aan de mail die ik het volgende jaar zou bekomen: vijfhonderd euries terug te ontvangen. Ik fluisterde in het oor van mijn lieve vrouw of ze morgenochtend eens op wat knoppen van de CV wilde drukken. Die ochtend zag ik haar omhoog gaan en ik keek bezorgd naar de thermostaat. Daar stond nog steeds een ‘F’  van Foute boel te knipperen. Plots verscheen er een vlammetje en een getal. Het was haar gelukt! Ik vroeg hoe ze het gedaan had. Ze wist het niet, zei ze. Gewoon op wat knopjes geduwd.

Met zo’n vrouw wil natuurlijk iedereen getrouwd zijn, dat snap je. Ze zette het nieuws aan en las me voor: ‘Gisteravond hebben 10.000 huishoudens uren zonder gas gezeten omdat vandalen hebben ingebroken in het gasmeterhuisje. Daarbij hebben ze een belangrijk technisch onderdeel vernield.’  Ze hadden wel kunnen ontploffen, roep ik verontwaardigd. Nou gelukkig, ik hoefde die man met zijn IPAD niet te bellen. Mm, ik ben toch wel nieuwsgierig of zijn monsterzonnescherm aan zijn muur is blijven zitten.    


maandag 14 november 2016

Red de Alkmaarse Hout

Red de Alkmaarse Hout

3038 ondertekeningen
Het oudste cultuurbos van onze regio dreigt gesloopt te worden door kortzichtig politiek bestuur. 'Alles van waarde is weerloos', zei Lucebert. Zo ver mogen we het niet laten komen. Sluit je aan bij deze pagina als je de Alkmaarder Hout wilt redden en beschermen en deel het met je vrienden. Van Alkmaarders en hun Hout de Victorie!
Petitie
Wij
Burgers van Alkmaar en liefhebbers van de Alkmaarse Hout

constateren
Dat uit het niets opeens een 'Raadsvoorstel Vernieuwbouw Stichting Noordwest Ziekenhuisgroep' op tafel ligt voor de gemeenteraadsvergadering van 6 oktober 2016 waarin staat dat:
"a. maximaal 8.000 m2 van het park ‘Alkmaarderhout’ te gebruiken ten behoeve van het ziekenhuis, onder de voorwaarde dat dit 1:1 op het terrein van het ziekenhuis wordt gecompenseerd en direct na afronding van fase 1 de eerste 2.000 m2 wordt gecompenseerd op de hoek Wilhelminalaan en Metiusgracht;"

en verzoeken
de gemeenteraad van de Gemeente Alkmaar om niet in te stemmen met het Raadsvoorstel Vernieuwbouw Stichting Noordwest Ziekenhuisgroep zolang het volgende onderdeel uit dit raadsvoorstel niet wordt geschrapt:
"a. maximaal 8.000 m2 van het park ‘Alkmaarderhout’ te gebruiken ten behoeve van het ziekenhuis, onder de voorwaarde dat dit 1:1 op het terrein van het ziekenhuis wordt gecompenseerd en direct na afronding van fase 1 de eerste 2.000 m2 wordt gecompenseerd op de hoek Wilhelminalaan en Metiusgracht;"
Dit omdat er een duurzaam alternatief mogelijk is waarbij er bijvoorbeeld de hoogte in wordt gewerkt. Ook een tweede locatie aan de rand van de stad zou een geschikt alternatief zijn, waarbij op de huidige locatie van de Noordwest Ziekenhuisgroep de poliklinieken gevestigd zouden kunnen worden en de andere afdelingen elders op de tweede locatie.
Gezien het grote aantal mogelijke alternatieven achten wij de kap van een historisch bos onacceptabel. Mede omdat dit de gezondheid van Alkmaarders in het geding brengt, aangezien de Alkmaarse Hout voorziet in schone lucht en ontspanning. Wij zeggen daarom: geen bomen voor stenen, geef Alkmaar de lucht!