vrijdag 29 juli 2011

Nog wat over het zeilstukje

Ik wilde nog wat over het vorige zeilstukje er aanplakken, maar dat wilde de kompjoetur niet.
Het stukje is geen journalistiek, maar een dichterlijke impressie.
Het was een bewogen en vooral natte tocht. Toen we bij Engeland aankwamen gingen de hemelsluizen open. Mijn vader, die me gevraagd had mee te gaan, stond toen net aan het roer en ik stond binnen. Daar herinnert hij me nog regelmatig aan. Hier en daar was het een knobbelig zeetje. De tocht was een idee van een stel politie agenten die de boot huurden plus de stoere schipper erbij. Dat was een aardige stoere kerel van weinig woorden. Nou ja, soms kwam hij los als de tocht voorbij was en er een stoere borrel gedronken werd. Aan boord werd geen limonade gedronken, maar vuurwater.
Ik weet ook nog dat we 's morgens gebakken eieren met spek kregen. Goed tegen de zeeziekte, waar ik geen last van had. In Engeland zaten we 's avonds om elf uur nog aan de patat, ook niet echt gezond.
Maar leuk was het wel, die bonkige mannensfeer met bonkige mannengrappen.
We roken op de terugweg ook niet zo fris meer. Later ben ik nog een paar keer naar Engeland, Frankrijk en Noorwegen gevaren. Toen moest ik stoppen, want het geld was op. Zeilen is immers heel langzaam voor heel veel geld nergens naar toe varen.
Iedere vierkante millimeter aan het schip kost goud. Iets later werd het ook voor de schipper te duur en werd het ding verkocht.
Nu hebben we dus een koffer met mooie herinneringen aan de zee, die geeft en neemt.

Herinnering; eerste keer op zee

De Noordzee bij nacht. Het stuurwiel in je handen. Moeite
om te blijven staan en het kompas op 250 graden voor te
houden. Schuim smakt over de boeg. Zo nu en dan kilt
het zeil als het uit de wind valt. Het zicht is slecht,
een meter of honderd. Vanuit de mist doemen monsters
met containers op en je vraagt je af of ze het toplicht
dat in de mast heen en weer zwaait zullen waarnemen.
De voorkant van het licht is groen en de achterkant is
wit, maar we zijn klein, heel klein op deze grote plas.
Aan stuurboord een nog iets kleinere zeilboot, voor anker.
Met de kop rustend in de zuidwesten wind.
De stilte is groot op zee, alleen het klapperen van het
zeil en de dreunen van de golven tegen de polyester
wanden veroorzaken afwisseling in de geluidloosheid.
Zo nu en dan komen uit de boordruimte geluiden van de
communicatie-apparatuur: piepjes en stemmen, maar ik
heb geen tijd om te luisteren, want het schip, Freedom,
hangt schuin, zo ongeveer 15 graden, dus kost het veel
moeite te blijven staan. En zelfs een plasje plegen is
bij deze helling niet aan te bevelen.
De schipper ligt op de bank in de kajuitruimte en slaapt,
maar staat bij de geringste afwijking naast je. Hij slaapt
met de oren gespitst.
De mannen om mij heen turen zonder iets te zeggen over de
golven. Iedereen is onder de indruk van de eenzaamheid op
het water. Af en toe wijst er iemand naar een lichtje in
de verte. Wat kan dat zijn ? Een vroege visser misschien ?
Wij zijn allemaal een beetje huiverig voor vissersboten,
omdat hun koers vaker wisselt dan die van andere schepen.
De P&O ferry passeert. Reusachtige gedaante, met misschien
een enkele slapeloze of dronkaard op het dek.
De maan schittert prachtig op het wateroppervlak en even
wordt het zicht daardoor beter. Gelukkig maar dat het kompas
verlicht is.
Nu begint het te regenen. Het schip wordt een moment opgetild
door een grote golf, ik stuiter omhoog, klamp me vast aan het
wiel, besluit even te gaan zitten om de verkrampte benen
enige rust te geven.
Het is drie uur in de morgen. Er is geen land te zien, er is
geen spoor van de bewoonde wereld met al zijn problemen.
Uitgeput klim ik na de aflossing van de wacht in de piepkleine
kooi van het vooronder.Ik pel alle kledingstukken van het lijf
en stort mijn hoofd vlak naast het kleine raam, dat gelijk is
aan de waterspiegel. Ik word nat van een luik boven mij dat
niet goed dicht is, maar ik kan het bij deze stand van het
schip onmogelijk dichtdoen. Dan maar nat. Ik val in slaap
en herinner mij niets meer. Als ik wakker schrik schrik ik
nogmaals van een golf die recht op mij afkomt en tegen het
boordvenster beukt. Waar ben ik ? Godzijdank binnen. De morgen
is grijs en de horizon niet te zien. Geklots is vredig.
Ik stoot mijn hoofd bij het opstaan, ik val om en tracht mijn
regenbroek te vinden. Die ligt in het wc-tje naast het potje,
waaruit zeewater gutst omdat iemand vergeten heeft de handels
naar beneden te drukken. Terwijl ik me aan de deurknop vast-
grijp vraag ik me af waarom mensen gaan zeezeilen en of para-
chute springen en of bergbeklimmen. Het is de strijd tegen de
elementen die mensen in gang zet. Het is een test in overle-ven,
die ons van de veilige huis en haard verdrijft.
Naar de zee. Dat monster dat schudt en trekt aan het schip
om het te kunnen verzwelgen en waarvoor geen enkele oceaan-
stomer veilig is. Ook het land is niet veilig voor het water
dat achter de pieren loert om toe te kunnen slaan.
Eindelijk weer een spoor van land. Duinenrijen. Een pier.
Dit moet Scheveningen zijn. Dat is het ook. Rechts Den Haag,
met een aantal veel te hoge gebouwen. Links Katwijk en helemaal
rechts, bijna uit beeld, de maasvlakte. Een deining door
het schip van Rijkswaterstaat. Aan de horizon, over de rechter-
schouder, het nieuwste schip van de marine, de Rotterdam,varende
badkuip, van 125 meter, geschikt om mariniers en
landingsvaartuigen uit de buik te persen.
De haven, de zeilen strijken. Het mag rusten, en wij ook.
De fles wordt geopend.
Als ik op de wal sta, schommelt alles en kan ik nauwelijks
nog normaal lopen. Ik voel me ook niet helemaal lekker: walziek, denk ik.

September 1998 of 1999(?)

woensdag 6 juli 2011

Koffie, choco en sex verslaving

Papa heeft een kopje koffie voor zichzelf gezet. Met de hand en een filtertje. Bij ons hing in de keuken vroeger een apparaat om bonen te malen. Dat was beter voor het behoud van de smaak. Het ding maakte een prachtig kabaal, heerlijk. Het leek of ereen bromfiets aan de muur hing. De kleine man ligt aangekleed naast me op zijn speelkleed, maar volgens mij is hij nog bezig wakker te worden. Hij gaapt nog wat, kijkt om zich heen, maar heeft niet veel interesse in zijn speeltjes, die boven hem hangen. O ja: over papa's koffie verslaving. Ik heb een tijd terug besloten mijn koffie gebruik terug te dringen. Ik las wel iets over anti oxidanten en dat het gebruik toch heel goed zou zijn tegen hart en vaatziekten en kanker. Maar ja, dat zeggen alle verslaafden van hun eigen middel. Een borreltje per dag zou goed zijn voor de zuivering van het bloed. Bleef het maar bij een borreltje. Rokers beweren dat ze rustig worden van hun rokertje. Nou echt niet, de bloeddruk gaat omhoog en de schildklier wordt geprikkeld. Stoppen met roken kan de schildklierwerking verstoren. Dan zijn er nog mensen verslaafd aan chocolade en zelfs aan seks. Van het eerste kun je veels te dik worden en van het laatste ook, maar dat is de natuur. De seksverslaafde kan wel sociale schade aanrichten door ongeacht met wie het bed in te duiken. Het klinkt grappiger dan het is. De vrouw van Martin Bril (schrijver die is overleden) heeft toegegeven er problemen mee te hebben gehad. De man had een niet te stuiten drang.
Maar terug naar de koffie: het is gewoon een drug en dat gebabbel over die anti oxidanten die goed zouden zijn, laat ik achter me. Het gaat wel goed met me, zonder die koffie. Wel fantaseer ik erover nu en dan. Vooral tijdens hardlopen. Maar dan fantaseer ik ook over gevulde koeken en taart. Het zogenaam gezond zijn, roept gedachten in me boven. Een heerlijke zak patat met foute mayonaise. De liefde bedrijven.
Op de achtergrond heb ik Baby Beethoven opstaan. Beethoven voor de allerkleinsten. Het is heel erg leuk. Je kan hem youtuben (nieuw werkwoord?) Beethoven dronk waarschijnlijk geen koffie. Hij gebruikte andere dingen om inspiratie te krijgen en die had hij nodig, want hij kreeg erg veel opdrachten. Soms draaide hij uit wanhoop het papier met noten om, zodat er nieuwe noten stonden. Maar helaas raakte hij ook verslaafd aan drank. Hij had uiteindelijk ernstige leverschade.
Mozart was bang dat zijn sex verslaving zou leiden tot een geslachtsziekte. Hij beperkte zich daarom tot zijn eigen vrouw. Dit staat te lezen in de brieven die hij schreef. Schubert bezocht op advies van een vriend een betaalde dame om wat af te stomen, maar dat werd zijn ondergang. Ze hadden beter koffie kunnen nemen. Het is slecht voor de geslachtsdrift. Op een bepaalde site staat dat je 10 koppen koffie moet gebruiken en dat het werkt als afrodisiacum, maar dat is onzin. Na die tien koppen sta je letterlijk stijf, maar te stijf om nog iets te kunnen.
Het mannetje naast me is in slaap gevallen op zijn speelkleedje. Hij heeft gisteren een drukke dag gehad. De dokter heeft naar zijn heupjes gekeken en ze APK goed gekeurd. Hij draagt nu wel twee luiers over elkaar.
Gisteren reed ik langs een groot schoolgebouw. De deuren stonden open. Daarbinnen was de diploma uitreiking aan de gang. Mijn eigen diploma uitreiking ging niet zo goed, het is lang geleden. Het werd gebracht door de school als een kortstondige handeling, geen toeters en bellen. Alsof het een boekenpakket was. Daarvan uitgaande begreep ik niet dat het de bedoeling was mijn ouders uit te nodigen. Ik herinner me dat ik vrolijk thuiskwam met het papiertje en dit in de lucht hield. 'Maar jongen,' zeiden ze. 'Hoe kom je daar aan?' Ik zei dat het was uitgereikt, maar inderdaad zonder toeters en bellen. Het ging heel zakelijk. Nou, daar hadden ze toch bij willen zijn. Foutje. Ik hoop dat de jongelui iets goeds gaan doen met dat diploma. Ik zou ze adviseren eerst een jaar te gaan werken en nog een jaar op reis te gaan, verre landen bezoeken, groter en sterker worden. Niet meteen naar het volgende instituut hollen. Eerst een beetje mens worden. Of meedoen in een project in Verweggistan. Er is zoveel meer als cijferlijsten. Zoveel te zien, zoveel te leren.
Max Havelaar koffiebonen plukken.
Op het schoolplein joelen kinderen, het weer is matig, bewolkte hemel. We gaan zo wandelen.
En de koffie is inmiddels oud en koud.