zondag 25 juni 2017

De vogel in de pijp aangepaste versie

Dit is al een oud verhaal dat ik heb aangepast voor een schrijfwedstrijd van de Vogelbescherming. Het mag maximaal 350 woorden zijn.



Vanmorgen toen ik de wasmachine vulde, op de zolder, hoorde ik  een geluid. Het kwam uit een pijp die van het dak naar beneden loopt, maar niet meer wordt gebruikt. Aan het gefladder en gekrabbel te horen zou het een vogel kunnen zijn of een vleermuis. 

Ik probeerde de pijp open te krijgen, maar er zat veel  plakkerige tape omheen. Met een Stanleymes probeerde ik dat te verwijderen. Maar plotseling hoorde ik geen geluid meer. Het beestje is gestorven van de stress, dacht ik.

Ik deed de gereedschapskist  verdrietig  dicht en ging naar beneden.  Het krabbelen  begon  weer. Het was een onverdraaglijk, schurend, metaalachtig geluid en het ging het hele huis door. Mijn kat Minoes raakte nu ook overstuur. Ik besloot haar even op te sluiten. Daarna pakte ik een  schroevendraaier, wrikte woest  in op het onderstuk en hield de  kattenmand er onder.  En door een spleetje zag ik haar zitten: een  vogel. Een jonkie, zwart. ‘Help me nou ,’ ze klonk driftig.

Eindelijk beukte ik door het plastic. Het gat was groot genoeg. Zij zag het ook en viel uit de pijp.  Daarna  vloog ze in een oogwenk de trap af, het huis in. Ik ging haar achterna met de mand en dook boven op haar. Ze schreeuwde het uit, het was een ijselijke kreet.  Ze ontglipte  en fladderde door mijn kamer. Ze draaide omhoog en verdween weer in het trapgat. Ik rende achter haar aan, terug naar de zolder. Daar bleef ze rondjes draaien boven de wasmachine en tikte met haar snaveltje tegen het glas.

Toen zag ik wat ze bedoelde:  Mijn Minoes, zat in de wasmachine. Ik had haar opgesloten! Ik rukte aan de deur en greep de poes. Ze mankeerde niets. Achter me hoorde ik de vogel tokkelen. Ik keek haar aan en ze verdween door de  pijp naar buiten. Ik stopte mijn hoofd erin en een gele kwak landde op mijn neus. 

Toch riep ik haar na: ‘Vogeltje, held, als je in de buurt bent, kom  dan nog eens langs en neem dan de normale weg via de achtertuin.’


woensdag 3 mei 2017


De strijkplank

Gisteren werd ik wakker als een strijkplank. Mijn achterkant had de souplesse van een bakstenen muurtje. Misschien kwam het door de hulp die ik bood bij een verhuizing. Vooral het verplaatsen van de metersdikke tafelpoten zal ik mij herinneren. In bad dacht ik te midden van het schuim aan de medemens van wie het lichaam niet meer werkt. Ik heb een tante met een neus die niet meer wil ruiken en ik ken een man die zich verplaatst op een hightech metalen been.  Lastig leven.  Ook, onzichtbaar, zijn er velen om me heen van wie de darmen niet meer werken en die hun halve leven op de pot slijten. Er zijn mannen waarvan de fluitketel niet meer werkt. Ook lastig. Verder zijn er mensen die met het hart van iemand anders rondlopen. In een boek over het  fenomeen van de harttransplantatie las ik dat je daarmee het karakter van de vorige drager overneemt.  Dus was je voorheen een kalme bejaarde dan kun je nu een verjongde, opstandige radicaal zijn. Je kunt ook plotseling heel ontrouw worden omdat je het hart van een womanizer hebt gekregen. Lastig. Veel mensen hebben wel een onderdeel aan hun lijf dat niet meewerkt. Je moet ermee leren leven, zeggen ze. Dat is gemakkelijk praten. Ik zag onlangs een man op straat liggen. Hij laat zijn invalidenkarretje trekken door zijn hond, maar  het beest had een poesje geroken en was er vandoor gegaan. Met het karretje er nog aan vast. Zeg niet te gemakkelijk dat je er maar mee moet leren leven. Ik heb deze dag afgezien en het stelde nog helemaal niets voor. Geen pijn, ik kon alleen niet bij mijn schoenveters. Hoe is je leven als je de hele dag pijn hebt?  Ik heb vandaag geen stem, wat ik ook wil zeggen, er komt geen geluid. Het is rustig. Ik klaag niet. Wie nog strijken moet mag me komen lenen. 

zondag 30 april 2017

De verjaardag van Willem Alexander








Ik ben uit mijn schijfwinterslaap gekomen. De lente is daar, de zon schijnt en  vandaag is het de verjaardag van onze koning Willem Alexander: 27 april 2017.  Hij is 50 geworden. We lopen over een markt die is voorzien met bijeengeraapte spulletjes van de Nederlandse zolder. Speelgoed, kleding, uit de mode geraakte apparaten, keurig uitgestald en aangeprezen met een gulle lach. Zelfs een priester van de lokale kerk heeft vandaag een oranje hoed op. Ik herken hem in de menigte. Hij zwaait. Aan de straatkant staat in de kou een meisje beverig te fluiten op een fluit. Ze spaart voor een grotere fluit, dus we geven een muntje. Ik hoop dat ze dan wel nog wat gaat oefenen op dit kleine instrument, want haar techniek behoeft nog wat aandacht. Het kan ook de kou zijn die haar vingers verkrampt. Ik hoop haar volgend jaar weer te zien. Voor een paar centen koop ik een vergeeld boekje over het beleg van Haarlem door de Spanjaarden. Het is een woeste geschiedenis waarin bijzonder veel koppen rollen. Een mysterieuze vrouw die Kenau heette, zou een belangrijke rol in de strijd gespeeld hebben, maar dat is meer fantasie dan werkelijkheid. Want we houden dan wel van heel gewoon zijn en ieder jaar hetzelfde stuk op de markt te herhalen, we houden ook van mythes en verhalen en maken die liefst veel groter. Opvallend is dat Willem Alex op geen enkele manier probeert groter dan zijn landgenoten te zijn. Een koning zonder mythes en zonder geheimen. Zonder heldendaden. Hoewel, hij heeft een keer de Elfstedentocht gereden.
Maar misschien is op de markt gaan staan met een fluitje ook wel een dappere daad.