vrijdag 14 december 2018

Angstige ogenblikken



En ik was weleens bang hoor, of nee niet echt bang, meer bezorgd. Twee keer in mijn leven was ik echt bang. De eerste keer liep ik met een studiegenoot door donker Amsterdam. Het waren de jaren waarin je beter niet op de Zeedijk kon komen. De situatie daar was volledig uit de hand gelopen, door de straathandel in drugs. Straatrovers maakten de dienst uit. Een agent werd doodgestoken, een ander neergeschoten. Mijn studiegenoot kwam ook uit de provincie en we namen de kortste weg naar het station. We staken de Nieuwmarkt over en gingen een straat in: de verkeerde. De Zeedijk. ‘Potverdomme!’ riep mijn studiemaat terwijl hij naar een straatnaambordje wees. Ik zei rustig: ‘Gewoon doorlopen Koen, niet om je heen kijken, kijk ze niet aan.’ Vanuit de portieken werden we begluurd, het waren lange meters. ‘Het sneeuwt,’ zei ik opbeurend. ‘Daar houden ze niet van.’ En dat klopte: neerslag is de beste diender. We bereikten zonder kleerscheuren de kop van de Dijk. 
De tweede keer dat ik in een nachtmerrie terecht kwam, was midden op zee, vlak bij Denemarken. Wij waren met zes mannen op een klein zeiljacht, vanuit Larvik, onderweg naar Scheveningen toen een dikke, dichte mist ons overviel. We zagen helemaal niets meer. Dat is op zich vervelend, maar het angstige eraan is dat grote schepen, containerboten, plotseling uit de mist kunnen opdoemen. Zij kunnen niet uitwijken. Wij probeerden met onze oren, bovendeks en met de zwemvesten aan, goed te luisteren. We hadden ook radar, maar het bleek na een oproep dat de schepen ons niet konden zien. De radarreflector deed het niet. We hebben toen al het aluminium dat we konden vinden als een grote bal in de mast gehesen. We zijn goed aangekomen in de haven van Scheveningen. Daar zijn we van boord gegaan en toen is de boot op mysterieuze wijze gestolen door twee Duitsers.
Wanneer heb jij voor het laatst echt diep in de piepzak gezeten?

Geen opmerkingen: