maandag 17 augustus 2020

Het beest, herinneringen (1995)


  
Ik moest bij de verpleegkundige komen. En daarna bij de afdelingsleider van het vluchtelingencentrum. Daar gaf ik taallessen.
De afdelingsleider, een Mexicaan, zei dat er niks aan de hand was. Het kwam niet voor op onze afdeling.
Dus ik kon het niet hebben, zei hij.
Ik ging op een ochtend naar de test. Op de linker onderarm. Niks aan de hand.
Maar thuis zag ik dat de bult almaar groter en groter werd. En ik wist dat het niet goed was.
Dinsdagmorgen opvolgend weer naar de verpleegkundige. Ze stond al klaar met haar meetlatje. Dat was niet nodig.
Ik zag de schrik in haar bruine ogen. Er kwam nog een zuster bij. Ze fluisterden. Ze keken naar de bult.
‘U moet meteen naar de arts,’ zei de zuster. ‘Ik geef u het adres.’ Het was aan het andere eind van de stad.
Daar moest ik me melden. En of ik snel kon vertellen met wie ik was geweest. Die ging ze bellen. En die moesten ook komen.
Bezorgd kwam ik aan bij de dokter. Ik ging direct door voor een x-thorax, een borstfoto. En weer wachten. Dat herinner ik me: dat wachten en die geschrokken gezichten. 

En die mensen die uit je buurt blijven en met moeite toegeven dat ze bij hun huisarts zijn geweest om te informeren.
Dan bij de dokter. Hij houdt de foto’s tegen het licht. ‘Bij een zieke zie je een soort kanaaltje. Het beest graaft zich een weg door je longen.’
Een stilte. Het licht gleed door de lamellen naar binnen over zijn bureau. ‘Het beest slaapt,’ zei hij. ‘U krijgt een kuur van zes maanden.’
Ik ging naar de apotheek waar zoals altijd de pillen zonder enig vertoon of medelijden worden afgegeven. Daar kunnen ze niet aan beginnen. In de pot zaten ongelofelijk grote witte tabletten. Ik kreeg er nog een andere pot pillen bij tegen de schadelijke werking van de eerste.
Na zes maanden moest ik terugkomen voor een nieuwe x-thorax. ‘Geen rare dingen,’ zei de dokter terwijl hij binnenliep. Hij sloot de deur niet en de zuster keek daar een beetje boos naar. ‘Doet u de deur nou eens dicht,’ zei ze. Hij ging er niet op in. ‘Het beest is dood,’ zei hij.
Toen ik thuiskwam was ik blij voorgoed verlost te zijn van mijn stille  vijand. Ik maakte een vreugdesprong op bed en krakte door de lattenbodem. Einde bed. Einde beest. Einde verhaal.    

Geen opmerkingen: