maandag 6 juli 2009

Het roze wolkje




Er was eens een jongen die op een roze wolk zat. De wolk was op een dag
gekomen, toen hij in de klas zat en er een nieuw meisje werd voorgesteld. ‘Dit is Lente,’ zei de meester. ‘Wat een prachtige naam. Nu moeten we ook een Zomer hebben eigenlijk..’
‘En Winter,’ zei de jongen.
De kinderen lachten. ‘Lente’ vonden ze een mooie voornaam, maar Winter,
nee, dat was belachelijk.
Het meisje nam plaats achter een tafeltje vlak bij hem, hij heette Roy.
‘Hoi,’ zei hij.
Ze glimlachte beleefd. Het was een lief meisje, met blond haar en een mooie
blauwe jurk. Het deed Roy iets, al wist hij eerst niet wat het was.
Die nacht droomde hij voor het eerst van Lente.
Ze zat haar haar uit te kammen en had haar pyamaatje aan. Onder haar
voeten had ze een roze wolkje, dat kennelijk sterk genoeg was om haar te
dragen. Ze zag Roy in haar spiegeltje en zei op zachte toon: ‘Heee Roy, wat leuk
dat je hier bent, wil je iets voor me doen?’
‘Tuurlijk,’ zei Roy. ‘Geen probleem.’
‘Wil je deze roze wolk even voor me bewaren? Ik wil hem graag houden,
maar ik heb hier niet veel plek zie je..’
‘Is goed,’ fluisterde hij en hij pakte de roze wolk aan. Het voelde aan als een
suikerspin en het rook net zo zoet.
Met de spin onder zijn arm liep hij blij naar huis.
‘Wat moet jij met die wolk?’ vroeg zijn moeder.
‘Gekregen,’ zei hij kort en hij liep snel naar boven. Hij zette de wolk naast zijn bed
en ging er bovenop zitten. De wolk verdween plotseling en hij stortte naar beneden.
Maar het gevoel van de suikerspin bleef. Toen hij de volgende morgen wakker werd,
stond hij opgezocht naast zijn bed.
Hij holde blij naar beneden en zijn zusje en zijn broertje en zijn ouders keken heel verbaasd.
‘Roy?’ vroeg zijn vader. ‘Wat kijk jij vrolijk. Wat is er gebeurd?’
‘Niks,’ zei hij. ‘Nou ik ga naar school, doeg allemaal!’
Ze keken allemaal op hun horloge.
‘Roy, ben je ziek?’ vroeg zijn broertje.
Hij huppelde over het schoolplein en hoopte stiekem dat ze ‘zoenetikkertje’
zouden doen. Normaal vond hij dat te kinderachtig en te meisjesachtig, maar vandaag had hij er zin in.
Plotseling rende Lente rakelings langs hem. Ze kuste hem op zijn wang en hij zat weer op zijn roze wolkje. Zij zat achter hem, alsof ze samen op een brommer zaten. Ze stegen op van het schoolplein en cirkelden over de hoofden van de kinderen.
‘Kijk, ze hebben verkering!’ riep zijn beste vriend Ivo.
Het volgende moment kreeg Roy een leren bal tegen zijn hoofd. Zijn brilletje schoot van zijn neus en hij ontwaakte hard uit zijn dagdroom.
‘Wie deed dat?’ riep hij kwaad, maar de jongens lachten alleen maar.
Hij wilde huilen, maar hij slikte zijn tranen in.
Lente gaf hem zijn bril terug. ‘Arme jongen!’ snikte ze. ‘Wat een rotzakken! Gaat het weer een beetje?’
Hij knikte en zij pakte zijn hand. Nou, dit was tenminste echte liefde, wist hij.


Geen opmerkingen: